Logo

geen verzendkosten binnen nederland!

Winkelwagen
Aantal artikelen: 0
Totaal: € 0,00
Afrekenen
 

Biografie

Biografie
Remieg Aerts (1957) is hoogleraar Politieke Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij studeerde geschiedenis in Groningen en doceerde eerder aan de universiteiten van Groningen en Amsterdam. Hij is auteur van De letterheren. Liberale cultuur in de negentiende eeuw: het tijdschrift De Gids (1997) en (met Herman de Liagre Böhl, Piet de Rooy en Henk te Velde) van Land van kleine gebaren. Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990 (1999, 2004). Verder publiceerde hij over burgerlijkheid, het cultuurbegrip en politieke cultuur. Hij werkt momenteel aan een biografie van J.R. Thorbecke.

Boudewijn Bakker (1938) studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1971 is hij verbonden aan het Gemeentearchief Amsterdam, waar hij verantwoordelijk was voor tentoonstellingen en publicaties, onder meer over Amsterdam en Venetië, het 17de-eeuwse Amsterdam als 'ideale stad' en Amsterdam in het werk van Rembracht en andere kunstenaars. Hij promoveerde in 2003 op Landschap en wereldbeeld van Van Eyck tot Rembrandt.

Barend J. van Benthem (1940) was werkzaam in het bankwezen en vervulde bestuursfuncties bij culturele instellingen. Hij beschreef het ambacht van leden van de familie van zijn moeder in Twee eeuwen tafelzilver (1993). In 2005 verscheen van zijn hand De werkmeesters van Bennewitz en Bonebakker.

Salvador Bloemgarten (1924) studeerde geschiedenis in Amsterdam. Was leraar op het Amsterdamse Spinoza Lyceum en publiceerde voornamelijk over de geschiedenis van het joodse proletariaat van Amsterdam. Hij promoveerde op het leven van de vakbondsleider Henri Polak.

Doeko Bosscher (1949) groeide op in Amsterdam, studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en werd daar in 1991 hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis, met Nederlandse en Amerikaanse geschiedenis als specialisme. Hij was vier jaar decaan van zijn faculteit en vier jaar rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn belangrijkste publicaties betreffen de Nederlandse politieke geschiedenis en de Amerikaanse buitenlandse politiek.

Frits Boterman (1948) is docent aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 2003 werd benoemd tot hoogleraar Moderne Geschiedenis van Duitsland vanaf 1750. Hij publiceerde onder meer Nederland en Duitsland in het Interbellum (samen met M. Vogel) en Weimar revisited. Over het belang van cultuur in de moderne Duitse geschiedenis (oratie, 2004).

Deirdre Carasso (1970) is kunsthistorica en archivaris. Zij werkt als hoofd Educatie en publieksbegeleiding bij Museum Boijmans Van Beuningen. Zij deed onderzoek naar en publiceerde over zeventiende-eeuwse schilderkunst en twintigste-eeuwse beeldhouwkunst.

Marijke Carasso-Kok (1939) studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Schreef in 1975 samen met haar echtgenoot Amsterdam Historisch. Een stadgeschiedenis aan de hand van de collectie van het Amsterdams Historisch Museum. In 1981 verscheen van haar hand het Repertorium van verhalende historische bronnen uit de middeleeuwen. Zij publiceerde onder meer over kronieken en heiligenlevens.

Remco Daalder (1960) werkt als stadsbioloog bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam en was daarvoor onder meer beleidsmedewerker bij het Amsterdamse Bos. Hij schreef twee boeken over stadsnatuur: Baltsen tussen baksteen (2003) en Stadse beesten en was co-auteur van Sijsjes en drijfsijsjes, de vogels van Amsterdam (1996).

Florian Diepenbrock (1948) studeerde nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was voorzitter van de voormalige Kunstenbond FNV en is onder meer actief als theaterdirecteur en zakelijk leider van verschillende toneelgezelschappen. Hij bereidt een proefschrift voor over musici en organisatievorming 1890-1920.

Eef Dijkhof (1954) studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, en promoveerde aan dezelfde universiteit op een proefschrift over het ontstaan van de oorkonden in de belangrijkste kloosters en steden van Holland en Zeeland over de periode 1200-1325. Hij is thans als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag.

Kees Fens (1929) is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en medewerker van de Volkskrant.

Willem Frijhoff (1942), studeerde geschiedenis en sociale wetenschappen te Parijs, en werkte in diverse functies te Parijs, Tilburg en Rotterdam. Sinds 1997 is hij hoogleraar in de geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij redigeerde eerder de stadsgeschiedenissen van Zutphen (1989) en Dordrecht (3 delen, 1996-2000), en is met Marijke Spies co-auteur van 1650. Bevochten eendracht (1999).

Jerzy Gawronski (1955) is als stadsarcheoloog werkzaam bij het bureau Monumenten en Archeologie. Ook is hij als docent verbonden aan het Amsterdams Archeologisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in historische archeologie en maritieme archeologie met bijzondere aandacht voor de periode van de Nederlandse expansie.

Saskia Grotenhuis (1952) promoveerde in 1997 met een proefschrift over de geschiedenis van het middelbaar onderwijs in de twintigste eeuw, Op zoek naar middelbaar onderwijs.. Sinds 2000 werkt zij als (strategisch) adviseur onderwijs en projectleider/programmamanager voor diverse beleidsterreinen van het onderwijs voor de Gemeente Amsterdam, dienst Maatschappelijke Ontwikkelingen.

Theo van der Meer (1950) promoveerde in 1995 aan de Vrije Universiteit op Sodoms zaad in Nederland. Onlangs verscheen van zijn hand Jhr. mr. Jacob Anton Schorer 1866-1957. Een biografie van homoseksualiteit (2007).

Guus Meershoek (1960) is als universitair docent verbonden aan de faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente. In 1999 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op de studie Dienaren van het gezag. Hij publiceert regelmatig over moderne veiligheidsvraagstukken en politiegeschiedenis.

Annet Mooij (1961) is zelfstandig onderzoeker en eigenaar van bureau Mooij Onderzoek te Amsterdam. Ze publiceerde onder meer De polsslag van de stad, Geen paniek! en De strijd om de Februaristaking.

E.O.G. Haitsma Mulier (1942) bekleedt de Jan Romein-leerstoel in de geschiedenis van de geschiedschrijving en van de politieke ideeën in de vroegmoderne tijd aan de Universiteit van Amsterdam.

Maarten Hell (1970) werkte na een studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam freelance als journalist en tekstschrijver. Voor de uitgaven van het Genootschap Amstelodamum en het regionaal tijdschrift Holland schreef hij onder meer artikelen over het Amsterdamse schoutambt en de verhouding met de hogere overheid. Sedert 2003 is als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag, waar hij meewerkt aan de online publicatie van de besluiten van de Staten-Generaal.

Guido Hoogewoud (1946) is architectuurhistoricus en conservator bouwtekeningen op het Gemeentearchief Amsterdam. Regelmatig publiceert hij over onder meer Amsterdamse architectuur. Hij is adviseur van de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg.

Harm Kaal (1977) is historicus en als promovendus verbonden aan de Faculteit der Letteren van de Vrije Universiteit. Hij bereidt een proefschrift voor over de geschiedenis van Amsterdam tijdens het burgemeesterschap van Willem de Vlugt (1921-1941). Hij werkte mee aan de in 2006 verschenen bundel Een keten van macht. Amsterdam en zijn burgemeesters vanaf 1850.

Herman Kaptein (1953) is als docent geschiedenis verbonden aan de Educatieve Faculteit Amsterdam. In 1998 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift: De Hollandse textielnijverheid 1350-1600. Conjunctuur en continuïteit. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan, waarbij hij zich vooral richt op de economische geschiedenis van Holland in de late Middeleeuwen en de vroegmoderne periode.

Haci Karacaer (1962) kwam in 1982 vanuit Turkije naar Nederland. Sinds 2005 is hij directeur van de Stichting Marhaba, Kunst en Cultuurhuis in Amsterdam. Hij is actief in diverse maatschappelijke organisaties.

Peter Jan Knegtmans (1950) is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij zich bezighoudt met onderzoek naar de geschiedenis van het hoger onderwijs, en die van het Athenaeum Illustre en de Universiteit van Amsterdam in het bijzonder. Hij publiceerde onder meer Een kwetsbaar centrum van de geest. De universiteit van Amsterdam tussen 1935 en 1950 (1998).

Paul Knevel (1961) is als universitair docent verbonden aan de leerstoelgroep Nieuwe Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert regelmatig over onderwerpen uit de politieke, sociale en culturele geschiedenis van de vroegmoderne tijd. Zijn dissertatie was: Burgers in het geweer, de geschiedenis van de schutterij in Holland tussen 1550 en 1700. Hij schreef in het tweede deel van de Geschiedenis van Holland het hoofdstuk ‘Een kwestie van overleven, de kunst van het samenleven’.

Eric Kurpershoek (1962) studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 1999 werkzaam bij twee woningstichtingen. Hij is (co)auteur van verschillende publicaties, waaronder Leefbaarheid en verstedelijking: de verschillende kwaliteiten van Amsterdamse buurten’, in: Intens wonen, veranderlijkheid van Amsterdamse woningen (1998) en De Amsterdamse haven 1275-2005 (2005).

Ernest Kurpershoek (1951) is kunst- en architectuurhistoricus. Hij is (co)auteur van vele publicaties over Amsterdam, waaronder Het grachtenboek (1991-1992) en De Amsterdamse haven (2005).

Erika Kuijpers (1967) is werkzaam bij het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur van de Universiteit Utrecht. In 2005 hoopt zij te promoveren op een proefschrift over Amsterdam als migrantenstad in de zeventiende eeuw. Zij publiceerde onder meer samen met Maarten Prak 'Burger, ingezetene, vreemdeling: burgerschap in Amsterdam in de 17e en 18e eeuw', in: Kloek en Tilmans (red.), Burger. Een geschiedenis van het begrip in de Nederlanden van de Middeleeuwen tot de 21e eeuw, 113-132, en 'Een zeventiende-eeuwse migrantenkerk. De lutheranen in Amsterdam', in: L. Lucassen (red.), Amsterdammer worden. Migranten, hun organisaties en inburgering, 1600-2000 (2004) 39-59.

Carry van Lakerveld (1938) is (kunst)historica en was adjunctdirecteur van het Amsterdams Historisch Museum. Thans is zij zelfstandig werkzaam.

Clé Lesger (1956) is als universitair docent economische en sociale geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert vooral over de economische geschiedenis van Nederland in de vroegmoderne periode en is ondermeer auteur van Huur en conjunctuur. De woningmarkt in Amsterdam, 1550-1850 (1986) en van Handel in Amsterdam ten tijde van de Opstand. Kooplieden, commerciële expansie en verandering in de ruimtelijke economie van de Nederlanden ca.1550-ca.1630 (2001).

Bas de Melker (1960) is verbonden aan het Gemeentearchief Amsterdam. Hij studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en publiceerde veelvuldig over de geschiedenis van Amsterdam. Hij promoveerde in 2002 op het proefschrift Metamorfose van stad en devotie, waarin de samenhang tussen de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam en de religieuze ontwikkelingen in deze stad in de late veertiende en de vroege vijftiende eeuw centraal staat.

Henk van Nierop (1949) is hoogleraar Nieuwe Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert over de Nederlandse Opstand en de geschiedenis van de Gouden Eeuw en is de auteur van onder meer Van ridders tot regenten. De Hollandse adel in de zestiende en de zeventiende eeuw (1984) en van Het verraad van het Noorderkwartier. Oorlog, terreur en recht in de Nederlandse Opstand (1999).

Maarten Prak (1955) is hoogleraar Economische en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Zijn specialisme is de sociale geschiedenis van steden in de vroegmoderne periode. In dat verband publiceerde hij onder meer artikelen over armoede, burgerschap, gilden, regenten en schutterijen. Hij is ook de auteur van Gouden Eeuw: het raadsel van de Republiek, dat in 2002 verscheen.

Piet de Rooy (1944) is hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert over de sociale en politieke geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw en is auteur van onder meer Republiek van rivaliteiten. Nederland sinds 1813. Met Remieg Aerts schreef hij Hoofdstad in aanbouw, 1813-1900, deel III van de Geschiedenis van Amsterdam.

Vincent van Rossem (1950) is kunsthistoricus. Hij promoveerde in 1991 aan de Universiteit van Amsterdam op het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam en heeft gepubliceerd over uiteenlopende onderwerpen uit de bouwkunst, stedenbouw en monumentenzorg. Sinds 1997 is hij werkzaam bij het Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam.

Joke Spaans (1956) is universitair hoofddocent kerkgeschiedenis aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij publiceerde onder meer Haarlem na de Reformatie. Stedelijke cultuur en kerkelijk leven 1577-1620 (1989) en Armenzorg in Friesland, 1500-1800. Publieke zorg en particuliere liefdadigheid in zes Friese steden (1998); voorts redigeerde zij de bundel Een golf van beroering. De omstreden opwekking in de Republiek in het midden van de achttiende eeuw (2001) en schrijft zij regelmatig artikelen over godsdienst ten tijde van de Republiek.

Ben Speet (1951) studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Sedert 1978 is hij verbonden aan de lerarenopleiding, thans de Educatieve Faculteit van Amsterdam. Hij publiceert regelmatig, onder meer over de ruimtelijke geschiedenis van verschillende steden.

Marijke Spies (1934) is emeritus-hoogleraar Nederlandse Letterkunde voor 1770 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zij publiceerde onder meer over de rederijkers, Spiegel en Vondel (o.a. een editie van Twee zeevaart-gedichten. 2 delen (1987). Samen met Willem Frijhoff schreef zij een extensieve studie over de Nederlandse cultuur omstreeks 1650 onder de titel 1650. Bevochten eendracht (1999).

Vladimir Stissi (1970) is hoogleraar Klassieke Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens (architectuur)historicus en deed onder meer onderzoek naar de Amsterdamse stadsuitbreidingen in 1870-1940. In 2007 verschijnt zijn studie Het mekka van de volkshuisvesting, over de Amsterdamse sociale woningbouw in de periode 1909-1942.

Ruud Stokvis (1943) werkt als universitair docent bij de afdeling sociologie/antropologie van de Universiteit van Amsterdam. Zijn historisch-sociologische dissertatie Strijd over sport (1978) handelt over de opkomst en ontwikkeling van de moderne sport. Sindsdien publiceert hij regelmatig over sport, zoals zijn laatste boek Sport, publiek en de media (Amsterdam 2003).

Yteke Spoelstra studeerde kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is freelance architectuurhistorica. Tussen 2003 tot 2005 was zij bij het Bureau Monumenten en Archaeologie in Amsterdam betrokken bij het Amsterdamse scholeninventarisatieproject 1850-1965.

Anneke van Veen (1955) is conservator fotografie bij het Amsterdamse Gemeentearchief. Zij publiceerde onder meer Pieter Oosterhuis (1816-1885) (1993), G.H. Breitner. Fotograaf en schilder van het Amsterdamse stadsgezicht (1997) en Jacob Olie Jbz (1834-1905) (2000).

Jørgen Veerkamp (1960) studeerde sociale geografie (afstudeerrichting Stad & Land) aan de Universiteit van Amsterdam, met middeleeuwse archeologie als bijvak. Vanaf 1996 is hij werkzaam bij de afdeling archeologie. Hij is betrokken bij de uitvoering en uitwerking van de meeste opgravingen in Amsterdam.

C.L. Verkerk (1942) studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en is werkzaam bij de studierichting Middeleeuwse Geschiedenis aldaar. Hij is onder meer gespecialiseerd in de geschiedenis van instellingen en van de ontwikkeling van de middeleeuwse stad en promoveerde in 1992 op Coulissen van de macht, een studie over bestuur en bestuurders van Arnhem in de Middeleeuwen. Hij schreef verschillende artikelen over de ontwikkeling van Amsterdam en Amstelland.

Jan W.H. Werner (1950) studeerde sociale geografie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en historische geografie aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1978 is hij conservator Kaarten & Atlassen bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam (UvA). Hij schreef diverse artikelen, onder meer over deze collectie en onderdelen daarvan. Tentoonstellingscatalogi van onder anderen Abraham Ortelius en Frederick de Wit zijn van zijn hand.

Hinke Wiggers (1950) is historica en zelfstandig werkzaam als onderzoeker, publicist en redacteur. Zij beweegt zich op een breed gebied van geschiedenis en kunst waar het gaat om woord en beeld, in welke vorm dan ook. Tot 1991 was zij verbonden aan het Amsterdams Historisch Museum.

Annemarie de Wildt (1956) is historica en werkt als conservator bij het Amsterdams Historisch Museum waar ze tentoonstellingen heeft gemaakt over uiteenlopende onderwerpen als zwangerschap en geboorte in de vroegmoderne tijd, hongerwinter en bevrijding van Amsterdam, prostitutie, dieren in de stad, zeemanstatoeages en het Amsterdamse lied. Ze was (mede)verantwoordelijk voor de vaste opstelling over de 19de en 20ste eeuw.