Biografie

Friedrich Nietzsche wordt op 13 oktober 1844 als zoon van een lutherse dominee geboren in Röcken bij Lützen, in Saksen, in het oosten van Duitsland. Zijn vader overlijdt in 1849, wanneer Nietzsche vijf jaar oud is. Het gezin verhuist het jaar daarop naar Naumburg. Van 1858 tot 1864 volgt Nietzsche het beroemde gymnasium van Schulpforta in de buurt van Naumburg. Daar al geeft hij blijk van een opvallende begaafdheid.
Nietzsche gaat in het najaar van 1864 theologie en klassieke talen studeren, eerst aan de universiteit van Bonn, later aan die van Leipzig. Hij maakt in deze tijd kennis met de filosofie van Arthur Schopenhauer, en in 1868 leert hij in Leipzig Richard Wagner kennen.
Nog voor hij zijn studie heeft afgerond, wordt Nietzsche benoemd tot buitengewoon, en in 1870 gewoon, hoogleraar in de klassieke filologie aan de universiteit van Basel. In 1869 houdt hij zijn inaugurele rede over Homerus en de klassieke filologie. In hetzelfde jaar bezoekt hij voor de eerste maal Richard Wagner, die in Tribschen bij Lüzern woont.
In de jaren 1869-1871 werkt Nietzsche aan wat later zijn eerste boekpublicatie zal worden, De Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik, dat in 1872 verschijnt. Uit dit boek blijkt al hoezeer de antieke, vooral de vroeg-Griekse cultuur een maatstaf is voor Nietzsches denken over de eigentijdse cultuur, die naar zijn opvatting zozeer vervreemd is van het tragische conflict. Hij ziet hoopvol en met gespannen verwachting uit naar een mogelijke wedergeboorte van de antieke tragedie in de totaalkunst van Richard Wagner.
In 1870 is Nietzsche als ziekenverpleger vrijwilliger in de Frans-Duitse oorlog. Hij wordt daar zwaar ziek en keert naar Basel terug.
In het begin van de jaren 1870 houdt Nietzsche voordrachten en begint hij zijn cultuurkritische intuïties uit te werken. Hij schrijft in deze jaren zijn befaamde Unzeitgemässe Betrachtungen, waarvan de tweede, de bekendste, Vom Nützen und Nachteil der Historie für das Leben in 1874 verschijnt.
In 1876 verblijft Nietzsche in Bayreuth, waar hij de eerste Bayreuther Festspiele bijwoont. In oktober-november van dat jaar valt de laatste ontmoeting van Nietzsche met Wagner in Sorrento. In deze jaren ziet Nietzsche zich gedwongen regelmatig zijn werk als hoogleraar te onderbreken vanwege gezondheidsklachten. Hij trekt zich dan voor lange of korte tijd terug op plaatsen waarvan hij het meeste heil verwacht voor zijn gezondheid. Zo zwerft hij langs pensions in Zwitserland en Italië, intussen cahiers vullend met aantekeningen, die hij later zal uitwerken tot aforistische korte teksten en in boeken bijeen zal brengen. De gedachten die Nietzsche in deze boeken formuleert, gaan over zeer uiteenlopende onderwerpen. Ze kunnen betrekking hebben op wetenschap, filosofie of filosofen, op taal en cultuur, op liefde en vriendschap, op kunst en muziek, God en godsdienst, te veel eigenlijk om op te noemen. Nietzsche behandelt deze zaken nooit volledig, hij bespreekt telkens slechts een opvallend facet, hij werpt er een ongewoon licht op, waardoor de zaak gaat kantelen. Vanwege het fragmentarische karakter wordt de lezer gedwongen geduldig te zijn en gedachtesprongen te maken van de ene gedachte naar de andere.
Een eerste verzameling aforismen verschijnt in 1878 onder de titel Menschliches Allzumenschliches, dat Nietzsche bijsluit bij zijn laatste brief aan Richard Wagner, met wie hij dat jaar breekt.
In 1879 legt Nietzsche zijn ambt als hoogleraar neer, gedwongen door zijn wankele gezondheid. In de jaren die volgen zwerft hij door de bergen en door Noord-Italiëzijn. Met regelmaat publiceert hij zijn boeken: in 1880-1881 Morgenröte, 1882 Die fröhliche Wissenschaft, 1883 Also sprach Zarathustra, 1886 Jenseits von Gut und Böse, 1887 Genealogie der Moral.
In 1888 concipieert hij nog enkele vlammende geschriften, zoals Der Fall Wagner, Götzendämmerung (gepubliceerd 1889), Der Antichrist, Ecce Homo (gepubliceerd in 1908) en Nietzsche contra Wagner (pas gepubliceerd in de Werke van 1895-1904).
In januari 1889 begeeft zijn het gestel het in Turijn. Hij wordt naar Duitsland, naar zijn moeder in Leipzig gebracht, die hem tot haar dood in 1897 zal verzorgen. Daarna verhuist Nietzsche met zijn zus naar Weimar, waar de filosoof op 25 augustus 1900 overlijdt.
